• darkblurbg
  • darkblurbg
  • darkblurbg

HET ONBEKENDE LEVEN VAN RICHARD HAGEMAN

BOEKBESPREKING - Nog niet zo lang geleden was er nauwelijks iets bekend over Richard Hageman. Deze van oorsprong Nederlandse componist werkte een tijdlang in Hollywood en won voor een van zijn eerste scores een Oscar. Over Hageman is tijdens zijn leven en in de vijfenvijftig jaar na zijn overlijden in 1966 nauwelijks iets gepubliceerd. In naslagwerken en vakliteratuur duikt zijn naam zelden op. Eerder dit jaar zag de biografie Richard Hageman: From Holland to Hollywood het daglicht waarin zijn levensverhaal stukje bij beetje uit de doeken wordt gedaan.

Een van de drie auteurs is Asing Walthaus, columnist van de Leeuwarder Courant. Over de in 1881 in Leeuwarden geboren Hageman stelde Walthaus als eerste een korte biografie samen voor het boek Gevierde Friezen in Amerika (2009). Twee jaar daarvoor deed de Amerikaanse muziekwetenschapper Kathryn Kalinak in How the West Was Sung: Music in the Westerns of John Ford, haar boek over de muziek uit de westerns van John Ford, onderzoek naar enkele scores die Hageman voor de Amerikaanse regisseur had geschreven. Heel langzaam kwam er serieuze aandacht voor de Friese componist. De derde auteur is Nico de Villiers, een Zuid-Afrikaanse pianist en wetenschapper die in de ban raakte van de liederen van Hageman en daar een proefschrift aan wijdde dat in 2018 onder de titel The Becoming of a Song Composer: A Critical Re-evaluation of Richard Hageman and His Songs verscheen. In 2011 richtte hij met Walthaus de Richard Hageman Society op. Tot slot publiceerden De Villiers en Walthaus in 2015 het boekje Making the Tailcoats Fit: The Life and Work of Richard Hageman, een voorstudie van de huidige biografie.

Die biografie valt grofweg in twee delen uiteen: in de eerste honderd pagina’s beschrijven de auteurs Hagemans jeugd en werk als dirigent en componist van liederen en de opera Caponsacchi. In het tweede deel volgen we zijn weg naar Hollywood en komen de scores die hij haar daar schreef aan bod. De componist stamde uit een muzikale familie, zijn vader Maurice leefde voor de muziek en was op velerlei gebied actief als dirigent, muziekdocent en muzikant. Na enkele muziekopleidingen in Amsterdam en Brussel viel Hageman reeds op 19-jarige leeftijd in als dirigent in Rotterdam. Na zijn verhuizing naar Parijs leerde hij de zangeres Yvette Guilbert kennen die hij vervolgens als pianist begeleidde tijdens twee tournees door de Verenigde Staten. In 1908 volgde zijn aanstelling als dirigent aan de Metropolitan Opera in New York. Hier werkte hij met grootheden als Enrico Caruso en Geraldine Farrar. In 1916 schreef hij Do Not Go, My Love (op een tekst van de Indiase dichter en Nobelprijswinnaar Rabindranath Tagore), het eerste van in totaal 69 art songs die in de jaren daarna met enige regelmaat werden uitgevoerd en op waardering konden rekenen. Na zijn afscheid van de Met in 1921 werkte Hageman tot 1930 als dirigent van diverse Amerikaanse orkesten en coachte hij zangers en musici in zijn eigen zangstudio. In 1927 begon de een jaar eerder tot Amerikaans staatsburger genaturaliseerde componist aan de opera Caponsacchi.

Deze eerste Amerikaanse opera werd voor het eerst opgevoerd in 1932 in de Duitse steden Freiburg im Breisgau en Münster en in 1935 in Wenen. In 1937 volgde de Amerikaanse première in de Met in New York. Hageman dirigeerde, George Balanchine was verantwoordelijk voor de choreografie van het ballet en tot de zangers behoorde de fameuze Lawrence Tibbett. Anders dan in Europa was de ontvangst in New York lauw. Critici deden de opera af als een ouderwets werk, dat meer wortelde in de Europese laat Romantische stijl dan in eigentijdse Amerikaanse muziekstromingen. Van een nieuwe opvoering kwam het tot vandaag de dag niet. Inmiddels was de componist financieel aan de grond geraakt en trok hij naar de westkust.

                                        Richard Hageman als pianist in 3 Godfathers (1948) van John Ford.

Uitstekende oogst

Dankzij zijn goede naam kon hij in Hollywood snel aan de slag. Voor de film If I Were King (1938) van Frank Lloyd schreef hij een score die naadloos aansloot bij de heersende Neoromantische stijl van componeren en die hem meteen een Oscarnominatie opleverde. Voor in totaal negentien films zou hij de muziek schrijven. Zes scores leverden hem een Oscarnominatie op, een naar verhouding uitstekende oogst. Voor Stagecoach (1939) van John Ford ontving hij een Oscar die hij moest delen met W. Franke Harling, John Leipold en Leo Shuken. Deze componisten bewerkten door Ford uitgekozen folkliedjes tot een enerverende westernscore. Hagemans bijdrage was de langste en was te horen wanneer de postkoets uit de titel door Monument Valley rijdt, de favoriete locatie voor de westerns van de grootmeester. Wonder boven wonder wist hij zijn aandeel een onmiskenbaar Amerikaanse sound mee te geven. Na enkele volgende scores, waaronder The Long Voyage Home (1940) van Ford, droogden bij het begin van de Amerikaanse deelname aan de Tweede Wereldoorlog in 1941 de opdrachten op. The Shanghai Gesture (1941) van Josef von Sternberg was voorlopig zijn laatste score die hem zijn laatste van zes Oscarnominaties opleverde.

Na de oorlog hernieuwde Hageman zijn samenwerking met Ford en bereikte hij in Hollywood de top met een vijftal scores voor deze regisseur. The Fugitive (1947) was de eerste en speelde zich af in Mexico, gevolgd door een drietal westerns: Fort Apache (1948), 3 Godfathers (1948) en She Wore a Yellow Ribbon (1949). Stond de eerste van de drie nog behoorlijk in het teken van de door Ford gewenste folkliedjes, voor de andere twee kon hij meer putten uit eigen composities en zijn ervaring als dirigent van opera’s als Hänsel und Gretel van Engelbert Humperdinck. Deze scores, in het bijzonder die van She Wore a Yellow Ribbon waar de componist op zijn best is met verfijnde en effectieve muziek, worden uitvoerig geanalyseerd in de biografie. Een dergelijk grondige analyse ontbreekt bij enkele andere scores en dat is jammer gezien het geringe aantal films waarvoor de componist heeft gewerkt.

Ford deed voor Wagon Master (1950) een laatste maal een beroep op de componist. Echter, The Sons of the Pioneers namen het leeuwendeel van de score voor hun rekening, Hageman speelde letterlijk de tweede viool voor deze western over Mormonen die westwaarts reizen. Al eerder had hij enkele kleine rollen gespeeld in films als New Orleans (1947) – met Billie Holiday – en als pianist in 3 Godfathers. In The Great Caruso (1951), het levensverhaal van de legendarische tenor met wie hij enkele decennia eerder had samengewerkt, speelde hij een dirigent. Begin jaren ’50 ondernam Hageman met zijn vrouw enkele reizen naar Europa teneinde hier een nieuw bestaan op te bouwen. Hij schreef hier zijn laatste score, voor de Oostenrijkse film noir Abenteuer in Wien (1952) van Emil E. Reinert, direct gevolgd door de Amerikaanse versie die Gunther von Fritsch onder de titel Stolen Identity (1953) draaide. Zijn laatste teken van leven in Hollywood was als acteur in de muziekfilm Rhapsody (1954) van Charles Vidor, waarna hij de laatste jaren van zijn leven betrekkelijk teruggetrokken doorbracht in Los Angeles. In 1966 overleed Hageman op de gezegende leeftijd van 84 jaar.

Coherente levensgeschiedenis

Het is knap om te zien hoe de drie auteurs na veel speurwerk in diverse archieven het weinig bekende en lange leven van de Nederlandse componist in kaart hebben gebracht. Over heel wat periodes is weinig of zelfs niets bekend. Desondanks wist het drietal een tamelijk coherente levensgeschiedenis samen te stellen, waaruit onder meer de twee kanten van de componist duidelijk naar voren komen: enerzijds zijn onvermoeibare inzet voor klassieke werken en liederen voor de concertzaal en aan de andere kant zijn altijd wat onbelicht gebleven scores voor enkele cruciale westerns van John Ford en films van andere Hollywoodregisseurs. Zoals hiervoor reeds opgemerkt, was een grondiger analyse van alle negentien scores die de componist schreef welkom geweest. Nu komen enkele scores, waaronder die voor zijn laatste film er wat bekaaid af. Dat Abenteuer in Wien en Stolen Identity nagenoeg verloren zijn, zoals te lezen valt in de biografie, valt heel erg mee. Een iets strakkere eindredactie zou verder op zijn plaats zijn geweest, want de opmerking dat She Wore a Yellow Ribbon pas de tweede kleurenfilm van Ford zou zijn klopt niet (niet alleen 3 Godfathers ging de western voor, maar eerder nog Drums Along the Mohawk uit 1939). Ook de bewering dat The Shanghai Gesture de laatste film van Von Sternberg zou zijn, is onjuist. Er zouden nog een paar volgen in de jaren ’50. Dit zijn echter kleine onjuistheden die rechtgezet kunnen worden bij een nieuwe oplage bij gelegenheid van een herziene versie met hopelijk nieuw bronnenmateriaal van een componist die nu eindelijk zijn welverdiende plaats heeft gevonden in de vakliteratuur met een uitstekend geschreven biografie.

Richard Hageman: From Holland to Hollywood. Nico de Villiers, Kathryn Kalinak, Asing Walthaus. Peter Lang, New York, 2020. ISBN 978-1-4331-5581-9, 251 blz. Prijs: € 42,95.

Paul Stevelmans