• darkblurbg
  • darkblurbg
  • darkblurbg

INTERVIEW MET JEROEN SWINNEN EN DAVID MARTIJN

EEN ORGANISCHE SCORE VOOR EEN COMPLEX PROJECT - Sinds 19 februari is op NPO 1 elke vrijdagavond de serie Red Light te zien. Door de ogen van drie vrouwen zien we de corrupte, gewelddadige kant van de wereld van de prostitutie in zowel Antwerpen als Amsterdam. Voor de tiendelige Nederlands-Belgische serie schreven Jeroen Swinnen (foto links) en David Martijn (foto rechts) een fijngevoelige, soms onheilspellende score die het drama subtiel begeleidt. De Belgische componisten spraken onlangs met Score over de totstandkoming van hun muziek in deze bizarre tijden.

Jeroen Swinnen (1973) en David Martijn (1980) zijn bij onze zuiderburen bekende namen in de wereld van de rock- en popmuziek, de eerste vooral als producer van talloze artiesten en de laatste als synthesizerspeler en gitarist van de elektrorockband Goose. Hun eerste samenwerking als componisten voor bewegende beelden vond plaats bij de serie De Twaalf (2019-2020), geregisseerd door Wouter Bouvijn. Jeroen over dit eerste gezamenlijke project: ‛Wij hebben beiden totaal andere kwaliteiten, maar wel heel gelijk lopende interesses. Eigenlijk kwam die samenwerking voort uit een soort experiment: wat zou er gebeuren als David en Jeroen samen zitten in de studio, wat voor muziek komt daaruit? Het was een heel mooie samenloop van wat we allebei doen.’ De samenwerking pakte goed uit en smaakte naar meer. David: ‛Wouter Bouvijn is een van de twee regisseurs van Red Light, de andere is Anke Blondé. De samenwerking met Jeroen is heel goed en vlot verlopen bij De Twaalf, dus heeft Wouter ons opnieuw gevraagd en wij hebben daar ja op gezegd.’

Beide componisten schreven voor alle tien delen van Red Light de muziek samen in de studio van Jeroen in Londerzeel, tussen Antwerpen en Brussel. De producerskwaliteiten en technische kennis van Jeroen enerzijds en het magische universum van synthesizerspecialist David anderzijds resulteerden in een organische score. David: ‛Door onze samenwerking maakten we iets dat niemand van ons apart zou kunnen creëren. Het is net als in een muziekgroep, waarbij een gezamenlijke sound ontstaat. Eigenlijk moet je ons gewoon ons ding laten doen en dan is er echte chemie, zowel bij De Twaalf als Red Light. Natuurlijk bestaat er enige angst bij een tweede project: gaat de samenwerking weer lukken, zal die magie er nog zijn? En die was er, al was het wel een complexer project: de vraag was voornamelijk hoe wij het scenario moesten vertalen naar muziek. De uitstekende samenwerking tussen Jeroen en mij was er gelukkig vanaf de eerste minuut.’

Klankbord

Een score voor een serie schrijven is een groot en zwaar traject, aldus David: ‛Als je dat alleen moet dragen, dan ben je twee à drie maanden lang, soms iedere dag, aan het vechten tegen een deadline. Na een dergelijk project ben ik kapot. Niet alleen moet de muziek kwalitatief goed zijn, ook is er qua omvang veel nodig. Je moet dus heel veel werk verzetten en met zijn tweeën kun je het zo ook beter van je afzetten. Verder zit je in je studio opgesloten en dan doet het echt deugd om van de ander een tegengeluid te krijgen. Je kunt dan met zijn tweeën heel snel knopen doorhakken; de een kan de kamer uitgaan en gauw een luchtje scheppen, terugkomen en dan zeggen: ja, dat is het.’ Jeroen vult aan: ‛Dat je elkaars klankbord bent, vind ik persoonlijk een groot voordeel. Wij werken op een manier dat we niet meer terug kunnen. We werken niet met samples uit een computer. Wij maken die klanken helemaal zelf, we zorgen terwijl we spelen voor alle effecten. We doen dat zoals dat vroeger in de jaren ’70 gebeurde toen ze de effecten maakten op de momenten dat het moest. En als iemand achteraf zegt: het is een beetje teveel effect, teveel accent, dan kunnen we niet meer terug, want we hebben dat gewoon zo opgenomen. Dat klinkt heel heftig, maar dat maakt volgens mij de muziekstroom ook sneller, want in feite neem je meteen beslissingen.’

Wanneer zijn jullie aan dit project begonnen en hoe lang heeft het geduurd? Jeroen: ‛Er was weinig tijd. Dat had te maken met onze agenda’s, maar ook met de productie zelf die vertraging opliep. Ik denk dat het ook te maken had met covid, ze moesten alles op afstand monteren wat heel lastig was. Wij zijn in juli begonnen en we hadden gepland om het binnen een maand te scoren. Uiteindelijk zijn we langer bezig geweest. Ik denk dat we er bijna twee maanden aan hebben gewerkt, maar dan wel een beetje in stukken en brokken. Voor ons was het een zoektocht om de juiste kleur en de juiste aanpak te vinden en dat betekende daardoor meer werk dan gepland.’

                                       Koen De Bouw en Maaike Neuville in Red Light. Foto: Maarten De Bouw.

In Red Light volgen we prostituee Sylvia (Carice van Houten), sopraanzangeres Esther (Halina Reijn) en rechercheur Evi (Maaike Neuville), wier paden elkaar in de louche wereld van de prostitutie regelmatig kruisen. De serie bevat elementen van een thriller, een drama en een detective, wat best verwarrend werkte, aldus David: ‛Wij moesten met de muziek een soort lijn door het verhaal scheppen. Soms wilden we wat spanning creëren in de muziek, maar op het moment dat je dat teveel probeert te doen wordt het bijna een policier, dus dan moesten we echt goed luisteren naar de regisseurs. Die wilden hun verhaal vertellen en wij zijn dan hun tools, ook al hebben wij een eigen visie.’ Jeroen benadrukt dat de drie vrouwen een strijd leveren tegen hun eigen demonen: ‛De een heeft te kampen met angsten, de ander zit in de persoonlijke problemen. Eigenlijk draait het vooral om de psychologie van die hoofdpersonages, om hun persoonlijke verhaal. Dat was waar we zolang naar hebben moeten zoeken.’ Hoe kun je die demonen en die psychologische ontwikkelingen muzikaal vangen? David: ‛Door vooral subtiel te zijn. De momenten dat je die demonen accentueert, zou dat in de sound donker kunnen klinken, maar dan niet direct teveel. Ik denk dat we het daarom in de compositie minimaal moesten weergeven, want die sound wordt door synthesizers gespeeld, dus dan kan het al snel de foute kant opgaan. Eigenlijk moesten we op de juiste momenten onze bek houden, om het zo te zeggen (beiden lachen). Ik vind dat in veel series en films teveel muziek zit, wat bijna een effect wordt, daarom moesten we subtiel zijn. Maar om nu te definiëren hoe we dat precies hebben gedaan? Dat was vooral een proces waarin we het verhaal en de personages moesten leren kennen en daarnaast de visie van de regisseurs. Het kostte tijd om erin te komen, omdat het zo’n complexe serie is.’

Waar zijn jullie begonnen bij deze serie? Jeroen: ‛We wisten natuurlijk wel wat er ging gebeuren, maar het was best pittig omdat we niet alles hadden; de laatste twee of drie afleveringen waren er nog niet. We werken vaak chronologisch omdat het niet anders gaat. Het is ook zo dat je met de muziek helemaal achteraan het proces zit. Dat loopt overal vertraging op en dan wordt de tijd achteraan korter. Dus het is vaak roeien met de riemen die je hebt. Persoonlijk vind ik chronologisch werken geen voordeel. Bij Beau séjour, een Vlaamse serie die ik onlangs heb gedaan, waren de eerste afleveringen nog niet klaar en toen ben ik begonnen bij aflevering vijf en vervolgens heb ik opgewerkt naar aflevering zes, zeven, acht en negen. En daarna ben ik weer naar het begin gegaan en heb ik als allerlaatste de eerste en de laatste aflevering gemaakt. Dat is fantastisch, want je hebt de hele serie onder controle: je kent alle personages, je weet helemaal hoe het loopt en je maakt van de eerste aflevering een soort best of met de beste tunes.’ David: ‛Klopt. De eerste aflevering staat onder druk van de regisseurs en de producers, want de serie moet worden verkocht en bij de eerste aflevering zien de mensen dat alles erin zit. Jeroens manier om te starten bij aflevering vijf is veel relaxter.’

Twee regisseurs en twee componisten

Hoe was de samenwerking met de regisseurs? David: ‛Sommige dingen werkten niet voor hen: het mocht niet te snel te emotioneel worden, dus wij moesten een heel minutieus evenwicht vinden tussen iets dat emotie moest uitdrukken en iets dat toch wel dreiging en donkerte moest geven en dat was best moeilijk. De drie hoofdpersonages zijn vrouwen en aldus hebben we de muziek moeten scoren vanuit hun standpunt. Normaal gesproken zet je muziek op een triestige scène en dan ga je daarmee emotioneel te werk. Nu moesten we soms een tegenbeweging maken, bijvoorbeeld in het geval van Esther: haar vader overlijdt en dat is een triest moment, maar dat is ook een moment dat zij beslist om de touwtjes terug in handen te nemen, dus moesten wij haar sterk maken met de muziek. Dat was iets dat je onmogelijk op voorhand kon weten. De regisseurs hebben ons dat moeten vertellen. Wij waren aan het doen wat we gewoonlijk aan het doen waren, maar die twee kanten moesten we op een andere manier scoren en dat heeft tijd gekost.’ Voor de huidige serie vond meer overleg plaats dan bij De Twaalf. Jeroen: ‛Met zijn tweeën ontwikkel je als entiteit een heel sterke visie. Als je alleen bent en de regisseur zegt: dat geluid vind ik niet goed, dan pas je wat dingen aan. Wij maken veel dingen op het beeld met de tools die we hebben. We hebben vaak heel weinig middelen om dat nog ongedaan te maken. Dan moeten we gewoon iets nieuws maken. Ik denk dat het dan voor een regisseur niet altijd makkelijk is om dat zomaar te veranderen, als wij al een bepaalde richting uit zijn gegaan. Daarom is er best veel overleg geweest.’

Kenmerkend voor hedendaagse series met verschillende verhaallijnen en talloze personages is het verbindende element van de muziek. Hebben jullie deze werkwijze ook toegepast? Jeroen: ‛We hebben een heel simpel thema geschreven dat gedurende de gehele reeks terugkomt en dat is voor ons het vrouwenthema. Dat is echt anders dan bij een film die vaak rechtlijniger en korter is en die anderhalf uur duurt en dan is het verhaal verteld. Een serie verloopt over een veel langere termijn. Mensen moeten alles goed volgen en ze moeten de dingen gesplitst kunnen bekijken. Inderdaad kan muziek dan helpen een soort leidraad te zijn, wat wij nastreven, want dat is een deel van de job.’

                                   Carice van Houten en Halina Reijn in Red Light. Foto: Maarten De Bouw.

De score wordt onder meer gekenmerkt door drones die in geen aflevering ontbreken. David: ‛Heel veel van die drones werden bijna deel van het sounddesign. Het waren allemaal geluiden die wij hebben gegenereerd, soms op synthesizers maar soms ook door feedback van gitaren of de snaar van de piano te laten feedbacken. Dat geeft veel diepte, als je dat enkel moet doen met synthesizers zou het tamelijk vlak zijn. We hebben soms synthesizers nagebootst als akoestische instrumenten, dus anders dan waarvoor een synth is bedoeld.’ Dat de score niet louter elektronisch werd opgenomen beaamt Jeroen: ‛We probeerden die akoestische instrumenten echt te mengen met elektronische en de synths op zo’n manier te behandelen dat ze inderdaad een soort hybride sound produceren waarbij je denkt: wat hoor ik nu? Het is dan ook een zoektocht dat allemaal mooi in elkaar te laten blenden. Daarnaast hebben we een strijkerskwintet in de Dada Studio in Brussel opgenomen, de studio waar ik graag werk.’ David over die opnamen: ‛De violen hebben ook synthpartijen moeten spelen. Drones die je normaal maakt op een synth hebben zij moeten naspelen en dat is het moeilijkste dat er is voor de strijkers omdat dat heel zacht moest zijn. Ik kreeg er kippenvel van, zo fantastisch klonk het.’

David Martijn is als deskundige op de synthesizer voor sommige scènes of personages microtonaal gegaan, waarbij hij in plaats van halve noten kwartnoten heeft gebruikt: ‛Dat geeft een onwezenlijk gevoel, dat heeft iets onrustigs en dat was zeker voor de muziek van Red Light nodig. Strijkers speelden ook microtonaal, wat zeker bij personages zoals Ingmar, de pimp en bad guy, goed werkte. In plaats van zware klanken te maken, hebben we iets gezocht dat out of tune of vals klinkt en wat de kijker beter zal oppikken. Sommige zangeressen raken ons extra hard, want die zingen niet toonvast of het zit er net onder of net boven. Dat is een soort menselijkheid die niet perfect is en de muziek beter maakt. Bij een soundtrack is dat niet anders, denk ik. We zijn nooit op zoek geweest naar perfectie.’

Lockdown

Hoe zijn jullie het jaar van lockdowns, avondklok en tal van beperkingen doorgekomen? Jeroen: ‛Ik zat hier thuis in een soort cocon. Ik heb bijna het hele jaar soundtracks geschreven. Ik ben in mei begonnen en ik heb dat gedaan tot begin december met een paar andere dingen ertussen. Ik voel me bijna schuldig tegenover mijn gezin, want ik ging gewoon naar mijn studio waar David en ik goed hebben kunnen samenwerken; hier zaten we in onze bubble. Het was heel vreemd allemaal, alsof buiten een vreemde oorlog of een of ander virus bezig was, terwijl wij binnen muziek zaten te maken.’ Ook David zat afgelopen jaar noodgedwongen veel thuis in de studio: ‛Eigenlijk is soundtracks schrijven onze redding geweest. In mijn geval om gezond te blijven en een doel te hebben.’ Helaas kon hij met zijn band Goose niet optreden. ‛Dat is heel spijtig, want live spelen is het leukste wat er is vanwege de energie die je krijgt. Maar ondertussen konden we wel muziekplannen smeden, zoals een aantal livestreams die we hebben gedaan. Ik besef wel dat wij in een uitzonderlijke positie zijn omdat de band al iets langer bestaat en we al een beetje kunnen leunen op ervaring. Wij hebben de moeilijke begintijd al doorgemaakt, terwijl jonge bands het nu heel moeilijk hebben. Er is ons heel wat bespaard gebleven.’

                                                 David Martijn en Jeroen Swinnen met gepaste mondbescherming.

Zijn er momenteel in Vlaanderen veel opdrachten voor componisten op filmgebied? Jeroen: ‛Er wordt veel geproduceerd: series, films, kortfilms. Ik denk niet dat het voorlopig minder wordt. Er is een grote afzetmarkt met al die streamingdiensten en alles gaat tegenwoordig automatisch worldwide. En er zijn overal mensen die bepaalde niches en series zoeken, dus ik denk eerlijk gezegd dat het ook iets is dat meer en meer aan het groeien is.’ Voorlopig zijn er geen gezamenlijke projecten. Waar zijn jullie op dit moment mee bezig? David: ‛Ik ben nu bezig met seizoen twee van War of the Worlds van Fox/Canal+.’ Jeroen is nu ook iets Engels aan het doen: ‛Ik ben muziek voor Before We Die, een remake van een Deense successerie, aan het schrijven. Daarnaast ben ik met Transport bezig, een Belgisch/Finse coproductie. Dit zijn totaal verschillende series en die doe ik zowat door elkaar. De ene score is groots en symfonisch en de andere minimalistisch. Veel werk dus!’

Paul Stevelmans