• darkblurbg
  • darkblurbg
  • darkblurbg

INTERVIEW MET JEROEN RIETBERGEN

SERIEUZE MUZIEK VOOR EEN ZWARTE KOMEDIE - De films die Will Koopman sinds 2009 heeft gemaakt deden het overwegend goed in de Nederlandse bioscopen. Gooische vrouwen 2 (2014) spande met iets meer dan twee miljoen bezoekers de kroon, terwijl voorganger Gooische vrouwen (2011) net onder die magische grens bleef. Voor deze en al haar andere bioscoopfilms zoals De verbouwing (2012) en All You Need Is Love (2018) schreef Jeroen Rietbergen de muziek. Hun nieuwste project is April, May en June. Met Score sprak Rietbergen (1971) over de muziek voor deze dramatische film met humoristische trekjes die onlangs in roulatie ging.

In April, May en June volgen we het wel en wee van drie zussen, achtereenvolgens gespeeld door Linda de Mol, Elise Schaap en Tjitske Reidinga. Hun moeder Mies (Olga Zuiderhoek) openbaart op een dag tussen neus en lippen door dat ze terminaal is en er sterk aan denkt euthanasie te plegen. Dit gegeven plus de zorg voor hun autistische broer Jan (Bas Hoeflaak) zorgt voor een in vergelijking met Gooische vrouwen kalme en bij vlagen dramatische film waarin een aangename dosis humor evenwel niet ontbreekt. Over de muziek voor deze zwarte komedie vertelt toetsenist en componist Jeroen Rietbergen: ‛Het is een erg serieuze film, wat vooral komt door het onderwerp. Daardoor moest de muziek ook serieuzer worden. Bij Gooische vrouwen zou ik deze aanpak niet kwijt kunnen, want dat is allemaal veel luchtiger en dan moet de muziek ook iets luchtiger zijn. Hoewel De verbouwing ook wel een serieuze film was en ik doe ook wel documentaires voor televisie zoals voor de NOS vorig jaar Koningin Beatrix 80 jaar.’

Aan de score voor April, May en June ligt een liedje ten grondslag dat Rietbergen en zijn partner Linda de Mol tijdens het draaien van de film voorlegden aan regisseuse Koopman. Here’s to Life is de titel van dit loflied op het leven in zijn nadagen dat wordt gezongen door de in 2005 overleden Amerikaanse jazzzangeres Shirley Horn. De regisseuse stemde ermee in en aldus werd het liedje gebruikt gedurende de voorlaatste scène wanneer moeder Mies haar laatste wens in vervulling laat gaan. ‛Dat liedje was al beklonken tijdens het draaien, daar was geen ontkomen aan. Daarom heeft de rest van de score ook een jazzier sound gekregen, omdat ik vond dat de rest moest aansluiten bij het liedje. Hierdoor krijg je niet allemaal verschillende kleurtjes met opeens een jazzy stuk en dan weer een stukje score met Einaudi-achtige piano. Omdat dit liedje zo goed werkte, wilde ik dat de rest van de muziek naar dat gevoel toe moest. De muziek voelt daardoor nog meer als een geheel in mijn optiek.’ Die eenheid wordt ook benadrukt door de trompet die tijdens enkele scènes valt te horen zoals die waarin Jan de zee in rent. ‛Ik wilde die trompet niet alleen maar bij de jazzy stukken, maar ook bij de meer scoreachtige muziek. De trompet zit ook aan het eind, bij de aftiteling, en dat hij dan nog een paar keer kort terugkomt, waarbij hij een beetje schuurt met de melodie en met wat je ziet, dat was ook het idee.’

                                           Tjitske Reidinga, Elise Schaap en Linda de Mol in April, May en June.

Tijdens de begintitels weerklinkt een fraaie compositie die doet denken aan de manier waarop sinds jaar en dag een film van Woody Allen begint: een fifties vibe met klarinetspel in het midden, aldus Rietbergen die tegelijk wijst op de gevaren van een dergelijk muziekcitaat. ‛Als het alleen maar dat zou zijn, dan wordt het misschien een soort gimmick. Dan wordt het al snel: kijk, ze gaan nu de hele tijd fifties muziek doen. Naar mijn idee werkte dat niet overal en dus hebben we die plekken gebruikt waar het wel kon, zoals bij een flashback wanneer de familie naar een filmpje van vader gaat kijken; dat is helemaal in die fifties stijl.’ Gelet op het serieuze thema van de film was het van groot belang dat de muziek zorgvuldig gedoseerd zou worden en precies op het goede moment de film in zou komen. Een exemplarisch voorbeeld is de scène helemaal aan het begin van de film wanneer Mies haar dochters plompverloren meedeelt dat ze terminaal is. Zachtjes begint de piano na deze onthutsende mededeling. Regisseuse en componist hadden dit moment in eerste instantie verschillend bepaald. Rietbergen: ‛Deze cruciale scène is de enige waarbij het moment van binnenkomen verlaat is. Want ik begon veel eerder dan Will die vond dat het te vroeg kwam. Ik snap het wel, want Mies zegt: ik ga dood, en niet veel later begin ik dan met de piano. Will vond dat er misschien een beetje te dik bovenop. Het is denk ik wel chiquer hoe het nu gebeurt, dat het langer duurt en dat je als kijker meer de tijd hebt om Mies’ woorden in te laten zinken.’ Deze wezenlijke verandering heeft uiteindelijk goed uitgepakt, zo bleek later. ‛Toen ik het zag bij de première dacht ik: het is toch wel mooi zo. Je luistert nu meer naar wat zij zegt en je moet niet de hele tijd erdoorheen lopen te spelen, dat is irritant voor de kijker.’

Het dreigende verlies van de moeder zorgt voor heel wat gevoeligheden onder de drie zussen. Dat vereist een terughoudende muzikale begeleiding. ‛Ik had de film een paar keer zonder muziek gezien en het had eigenlijk heel weinig nodig, want het was al een goede film zonder muziek.’ Minstens zo belangrijk in dit verband is dat de muziek niet te luid is. ‛Ja, ik denk dat het bij deze film wel goed zit. Daardoor wordt het niet: huil of ik schiet. Want op die manier dring je de emotie al te zeer op. Nu word je rustig meegevoerd en dan is het niet opdringerig.’

Het hoeft verder geen betoog dat de componist met de piano wonderen verricht zoals in de scène in de schoenenzaak wanneer April en Jan op zoek gaan naar een geschikt paar voor de laatste. ‛Ze kijkt naar hem en voelt dan een soort liefde en dat is eigenlijk voor het eerst, want daarvoor begrijpen ze elkaar niet echt. Daar zie je een kameraadschap ontstaan.’ De pianoklanken nemen de kijker hier als het ware mee naar de gedachten van de zus. ‛Zodat je begrijpt wat zij denkt, want daar ziet ze voor het eerst: dat is mijn broer, ik houd van hem, en dat is mooi.’

                                                  Bas Hoeflaak en Linda de Mol in April, May en June.

Melodie

Jeroen Rietbergen staat bekend als een meester van de melodie. ‛Ja, ik vind het mooi hoe het vroeger was, dat een melodie meer doet dan enkel geluidsontwerp waarbij je een drone hoort. Ik waardeer het ambacht om een mooie melodie te maken, iets wat goed bij de film of bij een gevoel past. En ik wil ook altijd alles opnemen met echte strijkers, echte klarinet, drums, contrabas enz. Ik vind dat dat toch een enorme meerwaarde geeft aan het beeld, ook een soort tijdloosheid. Geluidsontwerp vind ik ook gaaf, maar als je nu een film van vijf jaar geleden ziet met al die geluiden, dan klinkt dat nog wel eens gedateerd. De film met een echte score is in mijn optiek toch meer tijdloos.’ In feite is de hele score van April, May en June opgebouwd uit stukken met steeds de structuur van een liedje. ‛Behalve twee stukjes waar dat niet zo is, heeft de rest van de score inderdaad een schema. Je zou daar ook liedjes van kunnen maken, dat klopt. Dat komt ook omdat ik natuurlijk wist dat het liedje Here’s to Life erin zou komen.’

Zoals te verwachten viel werd ook deze score met echte instrumenten opgenomen. Te horen zijn piano (door de componist bespeeld), bas, trompet, klarinet en drums, allemaal instrumenten die in Rietbergens eigen studio werden opgenomen. De strijkers werden in de Bullet Sound Studio’s in Nederhorst den Berg opgenomen. ‛Martijn Vink is de drummer en Aram Kersbergen de bassist van het Metropole Orkest en zij hebben ook mijn andere films gedaan. Ze spelen die jazzstukken allemaal waanzinnig goed. Ik heb een bungalow waarin mijn studio is gehuisvest en daar hebben ze gewoon midden in de woonkamer gezeten en de stukken met de anderen ingespeeld.’

Hoogtepunt van de muzikale omlijsting van de film is ongetwijfeld de aftiteling die direct voorafgegaan wordt door Here’s to Life van Shirley Horn. Hoe heb je dit huzarenstuk samengesteld? ‛We hadden het liedje gelegd onder de sterfscène en dan gaan de familieleden nog ‛lang zal ze leven’ erdoorheen zingen. Dan komt het einde van het liedje en dat past heel goed bij de beelden van de geboorte van het kindje van de middelste zus. Alleen toen was het liedje klaar en dacht Will: dat moet eigenlijk langer. Ik kon het knippen en dan wordt het herhaald, maar het is zo gek als de zangeres weer gaat zingen. Daarom heb ik toen het tempo en de toonsoort gekopieerd en gewoon het liedje instrumentaal nagemaakt met mijn eigen arrangement met eigen strijkers en eigen pianospel. Op die manier kon ik het overal neerleggen wat voor je gevoel klopt en dan gaat het verder zonder dat het gezongen wordt. Ik ben over dit eindresultaat heel trots.’ Mogelijk komt dit prachstuk op Spotify te staan. ‛Daar ben ik inmiddels mee bezig. Dit is mijn achtste film, ik heb nu twee films af en ik ga proberen dat alles volgend jaar online staat.’

De familie voor een laatste maal bijeen rondom moeder Mies (Olga Zuiderhoek, in het midden in het blauw gekleed) in April, May en June.

Regisseuse en componist hebben tot nu toe samengewerkt bij zes bioscoopfilms en enkele programma’s voor de televisie. ‛Zij heeft mij de kans gegeven om muziek voor films en series te maken en daar ben ik haar enorm dankbaar voor, want ik merk dat het best moeilijk is om ertussen te komen. Ik wil heel graag meer films doen, maar ik merk dat iedereen natuurlijk zijn favoriete componist heeft. Ik weet inmiddels heel goed wat zij wel en niet wil. Kijk, als ik met Gladiator-achtige muziek aankom, dan is dat niet haar ding. Dat ga ik niet eens meer proberen, ook al denk ik zelf dat het beter zou zijn.’ Dat Koopman niet makkelijk te overtuigen is van de juiste muziekstijl heeft Rietbergen bij deze film aan den lijve ondervonden. ‛Will moet het horen en zien. Ik kan me in mijn hoofd goed voorstellen hoe het wordt en dan weet ik: dit is goed, laten we dat doen. Will echter wil zien hoe alles bij elkaar komt met beeld, dialoog, en dan de muziek; kortom, wat het gevoel dan is, pas dan kan zij er echt over oordelen. En dat duurde nu even met dat jazzgevoel. En ja, voor de rest ken ik haar smaak heel goed. Dat is een voordeel als je meerdere films samen hebt gedaan.’

Ruig

Kun je al iets vertellen over nieuwe projecten? ‛Er komt volgend jaar een nieuwe film van Will Koopman, maar ik mag niet zeggen wat het is. En een nieuwe serie komt er ook aan. Ik hoop eigenlijk dat hierdoor ook andere regisseurs denken: we moeten die Jeroen eens vragen. Dat zou ik graag willen.’ De componist heeft meer in zijn mars dan de vooral op een vrouwenpubliek gerichte films van Koopman. Hij zou wel eens iets ruigs willen doen, vertelt hij, bijvoorbeeld een uitzinnig project met collega componist Merlijn Snitker. ‛Wij houden erg van oude synths en van freaken met gekke geluiden. Ik zou graag willen dat er een arthousefilm komt die wij met zijn tweeën gaan doen.’ Vol verwachting: ‛Dan krijgen we drie oude analoge synths – hij drie en ik drie – en daar moeten we het mee doen. Dan stellen we alles op en sluiten alles aan in mijn studio of bij hem, en dan gaan we gewoon zo’n arthousefilm voor maar 300 euro doen. Dat maakt niet uit en dan helemaal freaken met zijn tweeën, dat zou ik heel graag een keer willen. Ik vind mijn huidige filmwerk helemaal te gek, maar ik zou ook eens een keer iets heel anders willen doen, ook om daarvan te leren.’ Enige ervaring in het ruige heeft Rietbergen al opgedaan: ‛Ik heb ooit voor ‛Meimaand Filmmaand’ van Veronica een minuut score gemaakt, en dat was heel ruig: heel Junkie XL en Hans Zimmer achtige, trailerachtige muziek en dat is heel cool geworden.’

Paul Stevelmans