• darkblurbg
  • darkblurbg
  • darkblurbg

LUIS BACALOV OVERLEDEN

Gepubliceerd op: 21-11-2017

In Rome overleed afgelopen woensdag op 84-jarige leeftijd de Argentijns/Italiaanse componist Luis Bacalov. Als componist van meer dan 150 scores is hij vooral bekend geworden door zijn werk voor enkele spaghettiwesterns uit de jaren ’60 en ’70. Enkele stukken uit deze scores werd later door Quentin Tarantino nieuw leven ingeblazen door ze op de soundtrack van films als Kill Bill en Django Unchained te hergebruiken. Die hernieuwde kennismaking voltrok zich een decennium nadat Bacalov in 1996 een Oscar had gewonnen voor zijn kleine, gevoelige score voor Il postino (1994) van Michael Radford.

Luis Enríquez Bacalov was afkomstig uit Argentinië waar hij in 1933 in Buenos Aires werd geboren. In Italië begon hij vanaf 1960 muziek voor films te schrijven. Voor een van zijn eerste scores – voor Pasolini’s Il vangelo secondo Matteo (1964) – ontving hij reeds een Oscarnominatie (in feite kwam zijn bijdrage neer op het arrangeren van bestaande klassieke stukken). Twee jaar later nam zijn naamsbekendheid met sprongen toe dankzij de spaghettiwestern Django van Sergio Corbucci waarvoor Bacalov onder meer het bekende door Rocky Roberts gezongen titelliedje schreef. Net als collega Morricone kenmerkten de westernscores van Bacalov zich door een mix van orkestrale begeleiding naast Mexicaanse invloeden en het gebruik van moderne instrumenten als de gitaar alsmede de mondharmonica en vrouwenzang van onder meer Edda Dell’Orso. Talrijke westernscores volgden voor films als Sugar Colt (1966), Quién sabe? (1967), L’oro dei bravados (1970), Lo chiamavano King (1971), Il grande duello (1972), Si può fare … amigo (1972) en Un hombre llamado Noon (1973). Maar Bacalov was van meer markten thuis: zo schreef hij aanstekelijke muziek voor komedies als Una questione d’onore (1966) en Lo scatenato (1968) en creëerde hij voor het maffiadrama A ciascuno il suo (1967) lieflijke, weemoedige piano- en cellomuziek. Voor actiefilms als Summertime Killer (1972) had hij naast gevoelige melodieën onder meer hardrock in petto. Ook om liedjes zat hij niet verlegen: in Rebus (1969) zong hoofdrolspeelster Ann-Margret het door Bacalov en Lilian Cachia geschreven liedje Suddenly the Rain.

Waren veel van de films waarvoor Bacalov in de jaren ’60 componeerde in Nederland te zien, vanaf midden jaren ’70 was dat niet meer het geval en raakte hij in ons land wat uit het zicht. In 1980 volgde hij Nino Rota op als componist voor Fellini’s La città delle donne. Het bleef bij een eenmalige samenwerking met de Italiaanse regisseur. Intussen werkte Bacalov ook voor buitenlandse films zoals het Franse Coup de foudre (1983) van Diane Kurys en werkte hij steeds meer voor de Italiaanse televisie. Met Il postino (1994) van Michael Radford kwam hij hernieuwd in de belangstelling te staan, vooral in het buitenland. Voor zijn door de bandoneon (bespeeld door Héctor Ulises Passarella) uitgevoerde poëtische score ontving hij twee jaar later een Oscar. Deze onderscheiding zorgde voor grotere, soms internationale producties zoals La tregua (1997) van Francesco Rosi, B. Monkey (1998) van Radford, en Amerikaanse producties als The Love Letter (1999) van Peter Ho-Sun Chan, Woman on Top (2000) van Fina Torres en Assassination Tango (2004) van Robert Duvall. In 2000 was hij in de race voor Chocolat van Lasse Hallström, maar de producenten kozen in laatste instantie voor Rachel Portman. Zijn laatste score schreef hij voor Elsa & Fred (2014) van Radford.

Bacalov schreef ook vele klassieke werken zoals de Misa Tango (1997). Als pianist genoot hij een hoog aanzien. Dankzij de films Kill Bill: Vol. 1 en II (2003-2004) en Django Unchained (2012) van Quentin Tarantino kwam Bacalov opnieuw in de belangstelling te staan, ditmaal vooral van een jong filmpubliek dat nu kennis kon maken met het door harmonica begeleide thema van Il grande duello en het vermaarde liedje uit Django. Een passend eerbetoon voor een componist die net zo goed thuis was in traditionele muziekstijlen als moderne, ritmische popmuziek.

Paul Stevelmans