• darkblurbg
  • darkblurbg
  • darkblurbg

INTERVIEW MET MATTHIJS KIEBOOM

WILD VAN ORANJE - De muziek schrijven voor drie films die binnen één maand in roulatie gaan, wie kan hem dat nadoen? Matthijs Kieboom beleeft momenteel gouden dagen. We kunnen gerust spreken van een (Kie)boom inzake scores van zijn hand. Ook verleden jaar waren er meerdere scores en werk voor televisie, het jaar nadat hij helemaal voor zichzelf was begonnen. Hoe vergaat het de jonge filmcomponist die van aanpakken weet en steevast met vakwerk voor de dag komt?

Jarenlang werkte Matthijs Kieboom (1985) met Martijn Schimmer in diens studio, laatstelijk in Amsterdam. In 2016 gingen beiden hun eigen weg. Kieboom verhuisde naar Arnhem, waar hij op een rustige plek in de binnenstad een studio heeft van waaruit hij nu hoofdzakelijk opereert. Aan werk ontbreekt het hem niet. Vorig jaar kon het publiek genieten van sprankelende scores voor de komedies Voor elkaar gemaakt (met Koen van Baal) en Alles voor elkaar. Daarnaast was er een emotionele score voor het afsluitendeel deel van de trilogie over Dummie de Mummie, dit keer Dummie de Mummie en de tombe van Achnetoet geheten. Ook deze familiefilm kende de nodige humor. Is Kieboom niet bang getypecast te worden als componist van komedies? Kieboom (lacht): ‛Dat klopt, daar ben ik bang voor.՚ Maar het is niet alleen humor wat de klok slaat, want tussen Taal is zeg maar echt mijn ding en Gek van Oranje, de komedies van dit jaar, was er ruimte voor de natuurfilm Wild. ‛Volgens mij is het gezond om verschillende stijlen te doen, omdat je dan ook creatief gezien heel erg op scherp staat. Toen ik na Wild begon aan Gek van Oranje was ik weer toe aan een romantische komedie met over de top strijkers. En na Dummie de Mummie was ik even klaar met een kinderfilm en wilde ik iets anders. Ik kwam terug van de opnamen voor Gek van Oranje in Praag en de dag erna begon ik gelijk aan Taal is zeg maar echt mijn ding. Hiervoor heb ik de bewuste keuze gemaakt om muzikaal een compleet andere kant op te gaan. Ik wil niet in herhaling vallen. Waar ik bij Gek van Oranje groots, orkestraal en redelijk traditioneel was, ben ik juist bij Taal veel kleiner en bijna jazzy gegaan, En waar ik bij Gek van Oranje een rijke sound neerzette, ben ik bij Taal juist heel erg dicht op de instrumenten gaan zitten, waardoor je er voor je gevoel bijna naast staat .՚

Vuvuzela

Gek van Oranje van Pim van Hoeve – met wie Kieboom heeft samengewerkt bij de drie films uit de reeks Dummie de Mummie – ging onlangs in roulatie. In deze mozaïekfilm volgen we vijf verhaallijnen die worden bevolkt door uiteenlopende Amsterdammers ten tijde van het WK van 2010 in Zuid-Afrika. Behendig werkt Kieboom middels een klein onweerstaanbaar thema toe naar de finale die gerust het hoogtepunt van deze feel-good-film mag worden genoemd, wanneer Nederland het WK wint en de verschillende personages op het Museumplein bijeenkomen. ‛Telkens als er gevoetbald wordt komt het thema terug dat qua intensiteit ook iets groeit. Ik heb zelf niet heel veel met voetbal, maar als Nederland verder komt in zo’n WK, dan gaat het bij mij ook steeds meer kriebelen. En dat is met die muziek net zo: die begint heel klein en wordt dan groter en groter, en bij de finale komt alles mooi samen. Heel stiekem quote ik een beetje het Wilhelmus. Als het erop lijkt dat Nederland verliest, dan quote ik ook even Nederland O Nederland en dan in een keer Jij bent de kampioen. Alles komt dan weer goed en dat soort dingetjes muzikaal beklemtonen vind ik heel leuk.՚ Tijdens deze grande finale zien we een van de hoofdrolspelers, een tamelijk introverte man die altijd op safe speelt, in een lichtmast klimmen waarna hij kijkt over de menigte en daarmee stijgt hij voor het eerst boven zichzelf uit, en letterlijk en figuurlijk steekt hij ook boven de rest uit. ‛Dat wilde ik groots aanpakken, en ik had in eerste instantie iets geschreven waar ook best wel wat koperakkoorden in voorkwamen. Toen dacht ik: als ik dat koper weghaal of zacht zet en dat in plaats daarvan met vuvuzela’s doe, dan bindt dat alles nog iets meer aan elkaar, al hoor je ze bijna niet. Zoiets vind ik heel leuk om te doen.՚

                                                                                               Gek van Oranje.

Naast dit indringende instrument kenmerkt de score zich op andere wijzen, zoals de veelvuldig opduikende marimba die onder meer het hoofdthema met het Oranjekoortsgevoel uitvoert en een verwijzing naar een stuk van de componist Fauré. ‛Een van de hoofdrolspelers zegt: als ik jou zie, dan moet ik aan Fauré denken. Bij alles wat die twee karakters samen doormaken, hint ik telkens een beetje naar het Fauré-thema.՚ Met vijf verhaallijnen is het uitkijken geblazen, zo bleek gaandeweg het compositieproces. ‛Zo heeft elke verhaallijn wel iets eigens, dus moest ik uitkijken, want als je vijf verhaallijnen hebt, elk telkens met twee personen, dan zit je op tien thema’s en in een film van honderd minuten wordt dat te chaotisch. Dus ik heb een paar overkoepelende keuzes gemaakt omdat ik bij deze film helemaal op de personen zit. Als je daar heel veel verschillende klankinformatie hoort, dan bindt dat niet aan elkaar. Ik probeer nu echt voordat ik aan een film begin een lijstje met instrumenten die ik ga gebruiken samen te stellen. Er komen altijd nog een paar extra dingetjes bij, en daarom wil ik wel terug kunnen vallen op dezelfde soort instrumenten binnen een film, want anders wordt het zo’n allegaartje dat alle kanten opgaat en dat vind ik gevaarlijk.՚

De samenwerking met Pim van Hoeve was dit keer heel bijzonder. ‛Pim is een plezier om mee te werken. Ik heb bij hem altijd het idee dat we bijna samen componeren, niet letterlijk, maar hij komt altijd met een ingeving waarvan ik denk: dat is inderdaad heel boeiend wat je daar zegt.՚ Kieboom vertelt vervolgens over het moment dat hij even vast kwam te zitten en hij dacht: ik ga gewoon even aan die laatste scène beginnen, dat is echt een complexe scène waar alle verhaallijnen langs elkaar spelen. En dan is er ook nog letterlijk de finale van het WK waarbij wordt gescoord. ‛Dat is muzikaal heel tricky om te doen, want je moet op de juiste momenten even gas terugnemen, dan opbouwen, opbouwen, opbouwen, even gas terugnemen, even groots, even klein, tempoversnelling, modulatie, even een ander tempo; echt een puzzelwerk. En ik heb dat gedaan zonder dat met Pim doorgesproken te hebben, dus het was echt puur vanuit mezelf.՚ Tijdens een testscreening vertelde Kieboom de regisseur dat hij de bewuste scène eigenhandig had voltooid. ‛Ik merkte dat hij op de momenten dat er wordt gescoord opstond. En ik dacht: yes, dat klopt.՚ Iets soortgelijks gebeurde tijdens de muziekopnamen waar de regisseur, gezeten naast het orkest, zichtbaar genoot van hetzelfde muziekstuk. ‛Het is de grootste eer en het grootste compliment wanneer de regisseur die al zolang met die film bezig is, dan nog wordt geëmotioneerd. Daar ben ik heel blij om, daar kan ik oprecht van genieten en dat was een drijfveer om dit de volgende keer weer zo te willen doen.՚

Twee weken voordat Gek van Oranje in roulatie ging was er Wild, een natuurfilm die zich geheel voltrekt op de Veluwe, niet ver van waar Kieboom woont en werkt. In deze film van Luc Enting geen leeuwen, giraffen of konikpaarden, maar wel zwijnen, edelherten, vogels, vossen en andere dieren die in het grootste natuurgebied van Nederland leven. De afgelopen jaren verschenen enkele indrukwekkende natuurfilms als De nieuwe wildernis (2013) en Holland: Natuur in de Delta (2015), beide met muziek van Bob Zimmerman. Was hij een bron van inspiratie voor Wild? ‛Bob zie ik wel als een mentor. Ik heb met hem over beide films gesproken, waarna hij mij de partituren mailde, wat ik een heel mooi gebaar vind, want het is alsof een chef-kok een handgeschreven recept aan jou overhandigt. Toen heb ik tegen hem gezegd: Bob, ik ben benaderd om binnenkort ook een natuurfilm te doen, dus ik zou het heel vervelend vinden als ik die partituren nu allemaal bestudeer en over twee jaar is er ineens een natuurfilm met muziek van mijn hand. En toen zei Bob de legendarische woorden: ik vind het een eer als je me zou plagiëren. Heb ik verder niet gedaan, want ik ga Bob niet kopiëren, immers er is maar een iemand zoals Bob en ik doe het op mijn manier. Ik heb mijn eigen creatieve instincten gevolgd.՚

                                                                                                        Wild.

Paul Voorthuysen – producent van Wild – kende Kieboom van de eerste Dummie de Mummie-film. ‛Hij vond mijn orkestrale manier van componeren mooi bij Wild passen. Ook omdat ik hier in Arnhem zit en Luc – de regisseur – in Ede en dat maakte het een Gelders feestje. Toen heeft hij me benaderd of ik het interessant zou vinden om alvast mee te denken hoe we deze film eventueel zouden kunnen opstarten, ook qua muziek. Beetje bij beetje ben ik er steeds iets verder in gerold: een gesprek met Paul, later een telefoongesprek met Luc, en dan groei je in dat project. Zo nu en dan zie je weer eens een scène en dan word je geprikkeld en denk je: even iets voor componeren op een moment waar dat kan. Van de zomer kreeg ik het beeld dat de film helemaal af was en toen heb ik denk ik een week of zes non-stop eraan gewerkt.՚

Seizoenen

Wild begint met luchtbeelden van de Veluwe die Kieboom ondersteunt met het statig uitgevoerde hoofdthema. ‛Omdat het toch een zekere nationale trots is om de Veluwe in Nederland te hebben, wilde ik dit alles op een muzikaal statige en trotse wijze vertellen,՚ aldus de componist. ‛Het Veluwe thema is te horen bij de opening op het moment dat André van Duin vertelt dat we op de Veluwe zitten. Overal in de film en zeker tijdens de seizoenswisselingen komt het steeds terug als een herinnering dat we nog steeds op de Veluwe zitten.՚ Daarna volgen we de dieren gedurende de cyclus van de seizoenen, beginnend met de winter. Hoe heeft Kieboom de seizoenen in de muziek verwerkt? ‛De film begint groots en vervolgens vallen we echt letterlijk via een droneshot in de winter en daar laat ik de muziek heel ijzig, heel kaal beginnen. Wanneer een paar minuten later de sneeuwvlokjes gaan vallen, gaan we muzikaal ook als het ware neervallen waarna we overgaan naar de lente en dan wordt het iets warmer. De muziek wordt ook warmer en vooral ook springeriger, omdat alle jonge beestjes worden geboren. Dat is bovendien allemaal nog iets koddiger en speelser. Vervolgens komen we in de zomer die iets broeieriger is: er staan dingen te gebeuren, het gaat opeens over paren en over de herten die machogedrag gaan vertonen. Dit deel is ook een beetje mysterieus, want je zit met de langste dag en de kortste nacht, en de nachtzwaluwen die eveneens mysterieus ogen. Vervolgens komt de herfst waar ik het te voor de hand liggend vond om dan alleen maar hout- of koperinstrumenten te gebruiken om de dreigende lucht weer te geven. Uiteindelijk heb ik online twaalf stofzuigerslangen besteld die als het ware gaan zingen als je ze gaat ronddraaien. Aan de keukentafel heb ik ze op de juiste maat zitten afknippen zodat ik alle tonen had. En die zitten heel veel in de herfst, bijna drie of vier minuten lang hoor je de hele tijd die lucht blazen. Waarschijnlijk is bijna niemand dat opgevallen.՚

Een natuurfilm kan niet zonder momenten van spanning en actie. Zo zien we een vos een zwijntje achterna jagen. ‛We hebben hier niet te maken met een cheeta of een walvis of een olifant. We zitten op de Veluwe met minder exotische dieren natuurlijk. Ik wilde het allemaal niet te groots aanpakken. Maar bij twee of drie scènes vond ik dat we toch iets moesten uitpakken, want anders zitten we muzikaal de hele tijd teveel te sluimeren. Je moet zo nu en dan even dynamisch uithalen om het fris te houden.՚ Anders dan bij een speelfilm met mensen waar hij als componist partij kan kiezen, vindt Kieboom dat bij een natuurfilm niet gepast. ‛Want de natuur is de natuur en als het zwijntje gepakt wordt, is het heel zielig voor het zwijntje, maar als de vos niet eet, is dat weer zielig voor de vos. Voor de een is het vervelend en voor de ander juist fijn, en daar wil ik niet in sturen. Ik vertel dus niet: o, het zwijntje gaat bijna dood, of: o, de vos moet nu echt aanvallen. Ik probeer daar aan de zijlijn te staan en slechts te vertellen: er is actie. Dat is best een spannende, dunne lijn waar je balanceert en wilt vertellen wat er gaande is, maar ik wil niet inkleuren, want het is de natuur en daar ga ik geen kant voor kiezen dan wel een kant opdringen.՚

                                                                                                          Wild.

Een van de hoogtepunten in Wild vindt tegen het einde plaats wanneer enkele herten een gevecht aangaan, onder meer met hun geweien. Daar hoort krachtige muziek bij, zou je denken. Kieboom houdt zich hier echter in zonder flink uit te pakken. ‛Ik heb een versie gemaakt die wel uitpakte. Toen zijn we allemaal tot de conclusie gekomen dat dit niet werkt. We beginnen eigenlijk de scène daarvoor al waar die mannetjesherten zichzelf onder plassen om lekker te ruiken voor de dames en dan op een gegeven moment wordt er gevochten. Het is een grote opbouw en het vechten is ook niet non-stop, het is even dit en dan weer los. En dan weer even met elkaar in de knoop liggen en dan weer los. Als ik telkens die vechtmomentjes zou doen zou het te fragmentarisch worden. Als ik dat door zou trekken, dan ga ik dingen vertellen die er niet zijn, dus ik heb dat aangepakt met een groot crescendo naar het mannetje dat wint. Zonder dat overigens al te groots aan te pakken en daarbij bang te zijn dat ik iets muzikaal ga vertellen wat niet in beeld is. Daarbij vond ik het geluidsontwerp zowel van de geweien die tegen elkaar aan knallen als het geburl zo mooi dat ik dacht: daar moet ik niet over heen gaan schreeuwen met muziek.՚

Geen muziek

Eerder in de film waren er fragmenten waar muziek geheel achterwege bleef. Wie maakt dan de afweging: wel of geen muziek? ‛Ik heb op meerdere plekken geadviseerd om geen muziek te doen. Bij een paar momenten wist ik niet zeker of we hier muziek moesten doen, daar wilden de producent en de regisseur toch wel muziek en daar zit het dan wel. Maar ik vond zeker de vogels al muzikaal. Alles wat ik daar doe is teveel, het is al een compleet klankbeeld. En dan de mierenhoop, waar je al die miertjes ziet krioelen; daarvan heb ik destijds ook gezegd: ik weet niet of we hier muziek moeten doen. Maar ja, het is uiteindelijk een samenwerking. Je schrijft in dienst van anderen en dan vind ik het belangrijk om mijn visie en mijn expertise erop los te laten, maar het is en blijft geven en nemen.՚ Niet alleen diergeluiden kunnen muzikaal zijn, ook stromend water kan een klank hebben. ‛Dat klopt. In zo’n geval maak ik altijd een keuze: het aanwezige geluid zit heel erg in het hoog, daarom ga ik in het laag zitten zodat het elkaar niet in de weg zit. Maar stromend water is zo breed dat ik het altijd in de weg zit, of het nou een laag instrument of een hoog instrument of een midden instrument is. En dan ga je vechten om de aandacht en dat wordt vermoeiend.՚

Er zit veel muziek in de tachtig minuten durende film. Die wordt door soms ongebruikelijke instrumenten uitgevoerd: ‛Ik vond het vooral voor de zijlijnkarakters leuk om muzikaal iets anders te doen. Bijvoorbeeld bij de hagedissen die uit de eieren kruipen, heb ik een exotische ney gebruikt, een blaasinstrument dat ik voor het eerst gebruikt heb bij de laatste Dummie de Mummie. En voor het vliegend hert heb ik de elektrische gitaar gebruikt die je bijna niet hoort. De hoofdkarakters blijven hetzelfde klinken en alles daaromheen mag iets anders klinken, dat mag ook even iets verfrissend zijn.՚ En dan is er nog dat verfijnde snaarinstrument dat de wereld heeft leren kennen dankzij de Argentijn Gustavo Santaolalla: de charango. ‛Ik heb hem al heel lang en ik gebruik hem ook best veel. Voor de scène gedurende de langste dag en de kortste nacht heb ik hem gebruikt.՚

Een regisseur en een componist uit Gelderland die werken aan een film die zich geheel afspeelt in dezelfde provincie ….. dan moet de muziek ook in Gelderland worden opgenomen, liefst met Gelderse muzikanten. Aldus geschiedde in de Sound Vision Studio in Arnhem met het Gelders Orkest. Drie dagen duurden de opnamen waarbij Kieboom zelf de dirigeerstok ter hand nam. ‛Ik vind het belangrijk om samen met de muzikanten de muziek te maken. Ook vind ik het fijn te puzzelen met elkaar om zo de laatste details af te stemmen. Zoals de scènes met de vechtende herten: het geburl was een heel lastig vioolloopje en daar hebben we lang naar zitten kijken. Dat was best een lastig loopje gevolgd door gelijk een ander lastig loopje. Dan denk je: is het mogelijk dat de eerste viool het ene loopje speelt en de tweede viool het andere loopje of moeten we dat omdraaien of moeten we het half half doen? Dan zitten we met zijn allen te puzzelen.՚ De muziek zal later dit jaar als cd uitkomen op het Zweedse label MovieScore Media. Terugkijkend vertelt Kieboom: ‛Het is voor mij een speciale score omdat ik hier redelijk in los ben gelaten, waardoor ik voor mijn gevoel artistiek heel erg dichtbij mezelf ben gebleven. Het is natuurlijk een droom om voor zo’n productie de muziek te mogen schrijven, omdat die zo prominent aanwezig is. Je hebt weliswaar de voice-over, maar verder geen dialogen, geen auto’s die voorbij rijden; je muziek staat heel erg vooraan.՚

Hectische tijden

Drie scores in een betrekkelijk kort tijdsbestek, dat is geen sinecure. ‛Dat was even doorbijten, ja. Alles bij elkaar ben ik er wel heel trots op. Ik ben heel erg blij dat ik dit met hetzelfde team heb gedaan. Met Thomas Bryla die alles heeft georkestreerd en met Sven Lens die voor mij alles mixt. Filmcomponist is een eenzaam beroep, je zit hier dag en nacht alleen in dit studiootje en om dat met de juiste mensen om mij heen te doen, mensen die je ook steeds beter snappen en die ook voor je door het vuur willen gaan, dat is prachtig. Taal is zeg maar echt mijn ding heb ik in vier weken geschreven. Op een maandag moest worden opgenomen, op dinsdag moesten we mixen, en op woensdag moest het aangeleverd worden, want op vrijdag moest de hele film klaar zijn. Op dinsdag belden de mensen van Gek van Oranje ook nog: we missen nog iets. Eerst dat gedaan en vervolgens om drie uur ’s middags begonnen Sven en ik te mixen en hebben we tot vier uur ’s nachts door moeten halen. Hij doet dat dan en dat vind ik heel fijn. Zo sta ik er niet alleen voor, ik heb echt mensen om me heen en dat was zeker bij Wild ook zo. Thomas was er drie dagen bij en dat was zo waardevol. Want ik stond te dirigeren en hij zat achter in de controlekamer alles mee te luisteren. Tja, als je staat te dirigeren, dan focus je daarop en niet op wat er al opgenomen is. Maar hij was echt mijn extra paar oren, ogen en alles.՚

                                                                                                       Matthijs Kieboom.

Kieboom zit inmiddels alweer meer dan tien jaar in het vak. Hoe is hij in die jaren gegroeid? ‛Ik denk dat er bij mij een drang is om te blijven leren, om de zoektocht naar de mooiste muziek te kunnen maken voor de mooiste projecten en ik denk dat dat het belangrijkste is. Ik doe het niet voor de faam of voor het geld, daar moet je dit helemaal niet voor willen doen. Als het geen passie is, dan kun je het niet doen. Verleden jaar was er een film die ik uiteindelijk heb gedaan, maar daarvan was het aanvankelijk niet zeker of ik hem zou gaan doen. Ik heb daar echt een paar nachten heel slecht van geslapen. Ik dacht steeds: ik wil die film doen, ik voel de overtuiging en ik weet dat ik dit wil. Deze drang om iets te moeten en willen doen hoop ik nooit kwijt te raken, want dat is mijn drijfveer. En om dan op het juiste moment de mensen geëmotioneerd te zien raken of te laten schrikken of te lachen, daar doe je het voor. Ik realiseer me dat de muziek daar een heel groot aandeel aan heeft. Dan vind ik het een eer dat je dat mag doen en dat kun je alleen maar doen als je het heel goed wil doen. Het beste wat je kunt, dat is wat ik verschuldigd ben.

Paul Stevelmans