• darkblurbg
  • darkblurbg
  • darkblurbg

INTERVIEW MET FLORIS VERBEIJ

2017 zou wel eens een belangrijk jaar in de carrière van Floris Verbeij kunnen betekenen. Vlak voor Pasen ging Bram Fischer in roulatie. Voor deze aangrijpende biografische film over de advocaat van Nelson Mandela schreef Verbeij een effectieve score. En afgelopen week was De aflossing, de laatste van zes Telefilms, op NPO 3 te zien met ook een score van de aanstormende filmcomponist. Met Score sprak hij over deze en andere muziek voor uiteenlopende films.

Muziek heeft Floris Verbeij (Eindhoven, 1982) praktisch zijn gehele leven gespeeld. Al op vierjarige leeftijd werd zijn interesse gewekt. Verbeij: ‛Ik heb het geluk dat mijn vader gek is op instrumenten. Hij bouwt onder andere gitaren. Toen ik vier was had hij het geweldige idee om een vleugel helemaal te reviseren en dat heeft bij mij zo’n liefde voor dat instrument teweeggebracht dat ik mijn ouders letterlijk gek heb gemaakt met mijn gezeur om pianolessen te mogen krijgen. Toen ik op vijfjarige leeftijd eenmaal mocht, ben ik als een malle tekeer gegaan op dat instrument. Later ben ik met een hele goede klassieke docent aan de slag gegaan en uiteindelijk ben ik tot mijn verbazing afgedwaald naar jazz. Die docent was Bert van den Brink, jazzpianist met een klassieke achtergrond, bij wie ik op het conservatorium in Utrecht heb gestudeerd. Daarna studeerde ik bij Cor Bakker en in het buitenland heb ik ook nog lessen kunnen volgen.՚

Begeleiden

De wegen die uiteindelijk leiden naar het ambacht van filmcomponist zijn ook in Nederland heel divers te noemen. Hoe is Verbeij in deze wereld terechtgekomen? ‛Ik ben opgeleid als jazzpianist, ik voel mij als begeleider meer op mijn plek dan als solist, en datzelfde geldt ook voor mijn werk als filmcomponist. Omdat ik veel mensen begeleidde werd ik gevraagd voor een masterclass, een soort workshop voor studenten. Iemand zag mij daar en die heeft mij bij Kemna Casting getipt. Hier ben ik toen audities gaan begeleiden en daar heb ik heel veel aan gehad als het gaat om het razendsnel je aanpassen aan wie er op dat moment voor je staat en zorgen dat hij of zij zo goed mogelijk voor de dag komt.՚ Langs deze weg leerde Verbeij in eerste instantie vooral theaterproducenten kennen die hem vroegen of hij met zijn talenten voor hen kon werken. In deze omgeving is vervolgens zijn contact met filmcomponist Fons Merkies tot stand gekomen. Deze bleek op filmgebied een ware leermeester te zijn. ‛Ik ben een tijdlang zijn vaste repetitor en later een soort muzikaal leider geweest. Ik merkte toen al dat het componeren mij beviel. Via hem heb ik heel veel kunnen leren over het verschil tussen mooie muziek maken en de juiste muziek voor beeld maken. Het blijkt toch wel een andere denkwereld dan je denkt, wanneer je als autonoom componist bezig bent.՚

                                                                                                      Rokjesdag (2016).

Aan het begin van dit decennium volgden eerste opdrachten voor film en televisie die in 2015 een vlucht namen toen scores voor Jack bestelt een broertje en Hallo bungalow het licht zagen, gevolgd door Rokjesdag een jaar later. Verbeij over deze eerste schreden in het vak als filmcomponist: ‛Jack bestelt een broertje was een wonderlijke kinderfilm met een serieuze ondertoon waarbij ik af en toe richting Mickey Mousen ging, wat natuurlijk gebruikelijk is in dat genre en bij Rokjesdag betrof het veel meer emoties uitmelken wat een romcom nou eenmaal met zich meebrengt. Ik vond het heel gaaf dat ik bij deze laatste film zo op de onderstroom mocht zitten. Ik heb het dan ook als een luxe ervaren om een keer zo’n film te kunnen doen.՚

De prettige samenwerking met regisseur Johan Nijenhuis bij Rokjesdag resulteerde verrassenderwijs in Bram Fischer, een nieuwe opdracht in een geheel ander genre. Uitvoerend producente Chantal Nissen wist dat Nijenhuis tevreden was over Verbeij en schoof de laatste naar voren nadat de beoogde componist had afgezegd. Was Rokjesdag een grote publieksfilm, Bram Fischer van Jean van de Velde is een internationaal gerichte arthousefilm die zich geheel voltrekt in het Engels en Afrikaans. De film behandelt het beruchte Rivoniaproces uit 1964 waar Nelson Mandela en enkele van zijn medestrijders werden veroordeeld tot levenslange gevangenisstraffen. Hun advocaat was Bram Fischer die een niet onbelangrijke rol speelde in dit politieke proces ten tijde van repressieve apartheid. Het ligt voor de hand voor een film met zo’n zwaar onderwerp een dramatische score te verwachten die wordt uitgevoerd door onder meer Afrikaanse instrumenten. Verbeij: ‛Ik geloof dat je als componist een heldere lijn moet kiezen in het ondersteunen van de dramaturgie. Het belang van het verhaal lag voor Jean van de Velde meer op de universele kracht van het individuele verhaal van Bram Fischer die een hele dappere keuze maakt. Dat individuele verhaal is belangrijker dan de lokalisatie van Afrika evenals de lokalisatie van een tijd. Dus daarmee ging het veel meer over het universele van dat persoonlijke verhaal. Dat was voor mij ook een vrijbrief om me meer daarop te focussen dan op het redelijk evidente feit dat je in Afrika bezig bent. Maar het gebruik van Afrikaanse instrumenten is als optie zeker langs gekomen.՚

                                                                     Peter Paul Muller als Bram Fischer in Bram Fischer.

De keuze voor een modern klinkende score, die feitelijk een combinatie van orkestrale muziek en elektronisch gedreven drones betekende, maakte Verbeij direct aan het begin van het compositieproces. Tegen het einde horen we toch heel even Afrikaanse instrumenten. ‛Ja, gedurende de scène bij de waterval op het moment dat Fischers urn in de rivier verdwijnt. Daar hadden we de keuze: gaan we nou vol op het sentiment of zeggen we juist: de ultieme vrijheid van de mens kun je niet afnemen. We hebben voor het laatste gekozen waardoor het niet zozeer het einde van het verhaal was, maar meer het begin van het verhaal van Zuid-Afrika van Mandela. En daarin is de voice-over ook heel belangrijk wanneer je allerlei flarden tekst hoort van de uiteindelijke vrijlating van Mandela die een directe lijn heeft naar de keuzes die Bram Fischer ooit heeft gemaakt. Daarmee was dat wel een heel bewuste keuze om die ultieme vrijheid te benadrukken die leidt tot grootsere dingen waarvan dit land heel erg heeft kunnen profiteren.՚

Trompet

Al deze vragen omtrent stijl en instrumentkeuze werden in nauw overleg met Van de Velde en editor Sander Vos genomen. Van de Velde gaf zijn componist genoeg ruimte om de score grotendeels zelf vorm te geven. Zo schreef Verbeij enkele thema’s voor de hoofdpersonages, te beginnen met een leidmotief voor Fischer, gespeeld door trompet. ‛Dat was in samenspraak met Sander en Jean. Wat me heel erg beviel aan dat thema was dat die trompet zowel iets heroïsch als iets tragisch en evengoed iets heel solitairs heeft wat symbool staat voor de strijd van Bram Fischer die zo tegen de stroom in is gaan zwemmen. Er zat een soort Last Post-element in onze zienswijze op hem en dat moest tegelijkertijd ook menselijk en eenzaam blijven.՚ Voor de trompetpartijen deed Verbeij een beroep op Bert Langenkamp die trompet speelt in het Concertgebouworkest. ‛Langenkamp heeft zowel de bugel als de C-trompet en uiteindelijk ook een beetje de gemute jazztrompet bespeeld omdat hij daarmee het tijdsgewricht een beetje invoelbaar wilde maken. Aan het allerlaatste thema heeft hij veel meer een soort Miles Davis-achtig gemute geluid verbonden.՚ De trompet horen we ook in een rechtbankscène, waarin Nelson Mandela een belangrijke rede houdt. ‛In de relatie tussen Fischer en Mandela zit iets circulairs, wat ik heel mooi vind in de film. Ze voeden elkaar en ze wijzen elkaar terecht en dat heb ik aan het einde behouden, op het moment dat hij de speech houdt waarbij de laatste zin zo cruciaal is.՚

                                 Sello Moutlong als Nelson Mandela (derde van rechts vooraan) in Bram Fischer.

De betrekkelijk korte score is om budgetredenen een hybride werk geworden, deels elektronisch en deels met een echt orkest opgenomen, aldus Verbeij. ‛Ik ben in eerste instantie gewoon in mijn thuisstudio in de weer gegaan met van alles en nog wat aan samples, maar ook met instrumenten die ik daar heb liggen. Fons Merkies hoorde op gegeven moment wat ik aan het maken was en zei: je bent gek als je dit niet met een echt orkest opneemt. Het is zo bijzonder om aan zo’n film mee te mogen werken dat ik vrij gauw besloten heb om zijn advies op te volgen en toen heb ik het budget dat ik had in de opnamen gestoken. Ik heb de muziek met een orkest van uiteindelijk rond de 28 mensen op kunnen nemen. Dat gebeurde in studio Groenland in Hilversum. Dat is een nieuwe studio van Hans Ravestein voor wie het de eerste keer was dat daar strijkers werden opgenomen. Hij was ingenomen met het resultaat.՚

Zo op het eerste gehoor is er nauwelijks een groter verschil denkbaar tussen enerzijds een score als die van Rokjesdag en anderzijds die voor Bram Fischer. Verbeij over dit contrast: ‛Ik kan zeggen dat ze niet veel verder van elkaar af hadden kunnen staan: Bram Fischer is meer een politieke rechtbankthriller voor het filmhuispubliek en Rokjesdag is een romcom vol karakters in de vorm van een mozaïekvertelling. Waarin het op elkaar lijkt is dat je toch altijd weer met een blanco project begint. Je begint dus opnieuw met de onzekerheid die daarbij komt kijken: ik hoop maar dat het lukt. Ik ben zelf heel erg van de systematiek dat ik op basis van een script wat schetsen ga schrijven. Heel vaak werk ik die best wel ver uit, en dat heb ik bij allebei de films weer gedaan. Verder heb ik bij allebei relatief veel tijd gehad en vond ik de ruimte en de kaders van beide regisseurs heel prettig. Grappig genoeg lijken ze dus qua werkwijze op elkaar en heb ik me heel erg vertrouwd gevoeld bij beide projecten.՚

Eigenwijs

En dan was er afgelopen week nog de première van De aflossing, een Telefilm van Jorien van Nes. Via Waldemar Torenstra die een van de hoofdrollen speelt en die ook het concept voor de film heeft bedacht raakte Verbeij bij dit project betrokken. Uiteindelijk was het Van Nes die hem koos, maar niet zonder hem eerst uitvoerig te spreken: ‛Zij wilde eerst met mij afspreken, want ze dacht: is dit wel iemand die dit kan? Dat was beslist een andere manier van tot elkaar komen en dat heeft voor mijzelf teweeggebracht dat ik me af en toe wat onzeker voelde in het proces. Maar ik heb daar heel veel van geleerd.՚ Over het eindproduct is Verbeij zeker tevreden. ‛Het was een ontzettend leuk project om te doen. Puur muzikaal ben ik er heel trots op. Deze film is in een noodtempo gedraaid, in zeventien dagen. Dat levert af en toe ook andere uitdagingen op, omdat je als team dan bijvoorbeeld veel in dezelfde ruimte bent en omdat er minder geld was voor meer locaties. En daarnaast: zowel Jorien als ik zijn allebei op een heel betrokken manier eigenwijs en dat betekende wat meer samen zoeken naar het juiste thema. Uiteindelijk zitten daar heel veel dingen in waar ik muzikaal behoorlijk trots op ben en dat komt ook omdat ik weet met wat voor middelen ik ze heb gemaakt. Ik heb heel hybride gewerkt, met heel veel samples en allerlei zelf ingespeelde dingen, maar daarnaast wel met een paar toplagen van strijkers. Ik ben dan ook heel blij met het feit dat ik toch die extra instrumenten heb kunnen invliegen, want die tillen het boven de toch nog wel kille samples uit, hoe goed die ook zijn. Kortom, het was een spannende film om te doen.՚ Ongewild duikt dan toch een beetje de vraag op of de muziek voor De aflossing valt te vergelijken met die voor Bram Fischer of andere voorgaande films. ‛Nou, eigenlijk met de suspensekant van Bram Fischer, al is die wat thematischer. Het is een grappige “niet-genre” film, omdat hij tussen allerlei genres invalt, en dat gaf mij ook muzikaal af en toe een uitdaging, want er zitten een paar hele rare Fremdkörper in de score, bijvoorbeeld een licht humoristische achtervolgingsscène die op geen enkele manier logisch is. Maar dat is als componist natuurlijk leuk, dan heb je even vrij spel om de andere kant op te schieten met de muziek. Hij ligt in zekere zin qua tijd maar ook qua klank iets dichterbij Bram Fischer, alleen zit er wat meer pulse in.՚

                                                            Gijs Naber en Waldemar Torenstra in De aflossing.

Wie de website van Floris Verbeij bezoekt, ziet meteen dat hij naast componist ook actief is als trainer en coach. ‛Ik ben heel jong gevraagd om op twee conservatoria les te geven. Ik merkte daar heel snel dat het mij niet zoveel kon schelen of iemand nou piano leerde spelen of muziek leerde schrijven. Wat mij meer boeide was dat mensen dichterbij een doel komen. Daar komt ook weer die begeleidersrol van mij naar voren. Ik ben sowieso altijd vrij breed geïnteresseerd geweest. Ik heb eerst nog een tijdje rechten gestudeerd. Voor mij is de kern van waaruit ikzelf schrijf en de kern van waaruit ik met film of met theater bezig ben vooral dat je je voorstelt hoe iets zou kunnen zijn en dat probeert om te zetten in resultaat en dat is ook een proces dat ik heel mooi vond en vind in het lesgeven. Ik ben nu gestopt op de conservatoria en in plaats daarvan ben ik weer richting coaching en training gegaan in het bedrijfsleven, maar ook ben ik bezig met begeleiding van mensen die vastlopen. In feite sluit dat in heel erg veel opzichten aan op filmmuziek schrijven omdat het heel erg gaat om het benutten van onbenut potentieel. En dat leidt ook tot het inzicht, waarom doe ik de dingen die ik doe, en niet zozeer wat wil ik doen of hoe wil ik de dingen doen. Sinds ik dat weet, kan ik veel helderder ja en nee zeggen. Ze moeten mij niet vragen om muzikaal leider te worden van Belle en het beest, maar wel mensen die daar helemaal warm en blij van worden. Ik zit veel meer op de transitie van creatieve energie naar resultaat. Dat vind ik echt super leuk.՚

Internationaal

Bram Fischer is twee maanden na de première in Zuid-Afrika reeds aan diverse landen verkocht. Krijgt de carrière van Verbeij met dit vooruitzicht misschien onverwacht vleugels? ‛Daar heb ik geen flauw idee van, weet je dat? Ik heb natuurlijk een stille hoop dat mijn muziek door iemand wordt opgemerkt. We leven in een tijd waarin muziek steeds meer gratis wordt en waarin het steeds meer een product wordt dat er gewoon is. Des te leuker is het als mensen het opmerken. Ik kreeg laatst een mailtje van iemand uit Duitsland, wat voor mij een hele leuke opsteker was. Er is bijna geen tak in de filmindustrie die zo makkelijk over de landsgrenzen zou kunnen gaan als filmmuziek. Daar hoop ik stilletjes op, maar ik hoop vooral dat ik vaker dit soort betekenisvolle projecten kan doen. Dit is echt waarvoor ik het vak in ben gegaan.՚

Paul Stevelmans

Foto Floris Verbeij: Bowie Verschuuren.